De eerste spijkerbroek gekleurd met NL indigo?

Verven met indigo is een van de oudste verfmethoden van de wereld: in India, China en Japan wordt indigo al eeuwenlang als natuurlijke kleurstof gebruikt. Tegenwoordig wordt er vooral geverfd met chemische kleurstoffen. Maar de vraag naar natuurlijk indigo neemt snel toe. De consument anno 2018 wil graag een duurzame spijkerbroek aan, die gekleurd is met natuurlijk indigo. Een mooie kans voor de Nederlandse tuinbouw: indigo telen in de kas?

Filip van Noort is onderzoeker bij Wageningen Plant Research in Bleiswijk en betrokken bij het project Natuurlijk gekleurd. Binnen dit project wordt onderzocht of het lucratief is om natuurlijke indigo uit planten te halen die in een kas zijn geteeld.
Het onderzoek startte een tijd geleden met het verzamelen van verschillende soorten indigo planten. “We zijn de Indigofera en Polygonum gaan telen in de kas. Al snel bleek dat de Polygonum qua teelt het beste is: deze plant zaait gemakkelijk, vermeerdert snel en groeit weelderig. Bijna onkruidachtig.”
De volgende stap was om bekijken hoeveel indigo er daadwerkelijk in het blad zit, of het gewas jaarrond in de kas geteeld kan worden en of dit een goede kwaliteit indigo oplevert. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan er beoordeeld worden of de teelt van indigohoudende planten in een ‘warme’ kas een goede businesscase kan zijn.

Opbrengst
“We zijn tot de conclusie gekomen dat je Polygonum wel in de kas kunt telen. Maar de prijzen voor natuurlijk indigo zijn zo laag, ze wegen nu niet op tegen de kosten om het in een kas te telen. Ook leveren de planten nog te weinig indigo op. Het is nu nog geen rendabele teelt voor de Nederlandse kwekers.”

Dus voorlopig geen spijkerbroeken die gekleurd zijn met natuurlijke Nederlandse indigo. Maar Filip ziet wel mogelijkheden voor de toekomst: “In Japan telen ze indigo van maart tot november buiten. Het klimaat is daar vergelijkbaar met het klimaat in Nederland. Dus we hebben besloten om met Polygonum door te gaan, maar dat we het onderzoek buiten voortzetten. Tijdens deze nieuwe proef kijken we hoeveel gewas er buiten geteeld kan worden en welke kwaliteit indigo er vanaf komt.”

Bij het project Natuurlijk Gekleurd is de hele keten betrokken: van onderzoek, bedrijven die indigo telen tot aan specialisten op het gebied van extractie en verwerking. “We hebben iedereen te pakken die iets met het product wil. Zo kunnen we met elkaar onderzoek vertalen in een concreet product. Daar doen we het voor!”

Een van de betrokken partners is Joris Elstgeest van Elstgeest Potplanten uit Nieuwe Wetering: “Het is een ingewikkeld onderzoek, omdat we naar teelt en extractiemethode kijken. De resultaten tot nu toe zijn redelijk goed, maar van proef naar business is nog wel een grote stap.”

Denim lovers
Tijdens Kingpins, een internationale beurs voor denim lovers en experts in Amsterdam, is er vanuit het consortium al gesproken met een potentiële afnemer. “Deze jeansproducent was enorm geïnteresseerd in ons onderzoek. Hij wil graag een kilo Nederlandse indigo, zodat ze met hun jeans kunnen testen of het werkt. Aan ons de schone taak om die kilo indigo te oogsten met de buitenteelt.”

Het is volgens Filip moeilijk in te schatten hoeveel planten Indigo er geteeld moeten worden voor een kilo, omdat je aan de plant zelf niet kunt zien hoeveel indigo erin zit: “Ik ga ervan uit dat we voor een kilo aardig wat planten nodig hebben. Maar de buitenteelt van indigo is niet ingewikkeld. De grote vraag is of we het economisch op kunnen nemen tegen de natuurlijke indigo uit het buitenland. Als we voldoende indigo kunnen telen van een goede kwaliteit en tegen een lage prijs, zie ik kansen voor de teelt van indigo in Nederland. Dan draag ik in de toekomst de eerste spijkerbroek die geverfd is met Nederlandse – natuurlijke – indigo!”

Binnen het project werkt een consortium van bedrijven met elkaar samen: TNO, Wageningen UR Glastuinbouw, FeyeCon, Indigo People, ExPlants Technologies, Holland Biodiversity, LKP Plants en Elstgeest Potplanten.

Dit is een project van Green Innovation Cluster en wordt mede mogelijk gemaakt door Kansen voor West II, het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling en een bijdrage van de provincie Noord-Holland.