Van pilots naar opschaling: lessen uit de ‘Week van de Circulaire Economie’
Tijdens de Week van de Circulaire Economie, van 20 t/m 26 maart, stond één vraag centraal: hoe zorgen we dat circulaire oplossingen niet in pilots blijven hangen, maar écht doorbreken in de markt? Bedrijven, kennisinstellingen en overheden deelden ervaringen en inzichten over circulair ondernemen met een duidelijke conclusie: de technologie is er, nu de markt nog.
Circulariteit staat al jaren hoog op de agenda. Niet alleen vanuit duurzaamheid, maar ook vanuit economische noodzaak. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn: een economie waarin grondstoffen zo lang mogelijk worden hergebruikt en afval tot een minimum wordt beperkt. Herold Dongelmans is programmamanager Circulariteit bij Greenport Aalsmeer. “De vraag óf circulariteit nodig is, ligt echt achter ons. Het gaat nu om hoe we circulaire oplossingen structureel werkend krijgen in de markt.”
Hij bezocht tijdens de Week van de Circulaire Economie een aantal themabijeenkomsten om inzicht te krijgen in hoe andere sectoren invulling geven aan circulariteit: welke stappen worden er gezet en wat zijn de uitdagingen?
Innovaties zijn er volgens Herold volop. Nieuwe toepassingen voor reststromen, circulaire meststoffen en biobased materialen worden op steeds grotere schaal ontwikkeld. Toch blijft grootschalige toepassing vaak uit. “Dat komt zelden door de technologie,” vertelt hij. “Het probleem zit in de markt. Zonder structurele vraag en duidelijke afzetkanalen blijft de impact beperkt. Ook in de tuinbouw is dat herkenbaar. Denk aan circulaire meststoffen, hergebruik van substraat of biobased verpakkingen: de oplossingen zijn beschikbaar, maar zonder vraag vanuit afnemers - zoals retail en exportmarkten - komt opschaling moeizaam op gang.”
Circulariteit is een ketenvraagstuk
Een tweede belangrijke les is dat circulariteit een ketenvraagstuk is. Van producent tot eindgebruiker moeten afspraken worden gemaakt over kwaliteit, prijs, toepassing en beschikbaarheid. In de praktijk blijkt dat juist daar de grootste uitdaging ligt. Samenwerking in de keten is vaak nog onvoldoende georganiseerd, waardoor veelbelovende initiatieven blijven steken in de pilotfase.
Opschaling alleen met een verdienmodel
Ook het verdienmodel speelt een sleutelrol. Duurzaamheid krijgt pas echt tractie wanneer het onderdeel wordt van het economische systeem. Voorbeelden uit de agrifoodsector laten zien dat verduurzaming versnelt zodra er een sluitende businesscase is en partijen er ook financieel voor worden beloond. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van afvalplastics in plantentrays of meermalige transportverpakkingen, de gesloten waterkringlopen in de kassen, biologische gewasbescherming, warmte-opslag, alternatieven voor veen in potgrond etc.
Opschaling zorgt voor kostprijsverlaging. Zonder dat perspectief blijft opschaling volgens Herold lastig. Tegelijkertijd bepaalt de markt het tempo. Innovaties kunnen technisch nog zo goed zijn, maar als ze niet aansluiten bij de wensen van consumenten, blijven ze liggen. Circulaire oplossingen moeten dus niet alleen duurzaam zijn, maar ook betaalbaar, aantrekkelijk en praktisch toepasbaar. Instrumenten zoals True Pricing kunnen daarbij helpen. Ze maken verborgen kosten zichtbaar, bijvoorbeeld op het gebied van milieu en sociale impact, en geven ondernemers handvatten om betere keuzes te maken.
Bodemgezondheid als sleutelindicator
Opvallend was ook de aandacht voor bodemgezondheid. “Het wordt steeds duidelijker wordt dat de relatie tussen bodem en menselijke gezondheid een belangrijke rol speelt in de circulaire transitie. Bodemgezondheid kan bovendien dienen als een verbindende indicator voor de overdracht en monitoring bij teeltwisseling, in samenwerking met verschillende bedrijven. Daarmee raakt circulariteit aan bredere thema’s zoals voedselkwaliteit, gezondheid en duurzame productie.
Aanjagen en verbinden
Voor Greenport Aalsmeer ligt hier een duidelijke rol als aanjager en verbinder van de circulaire transitie binnen de tuinbouwketen. Door actief partijen samen te brengen, vraag en aanbod te verbinden en te werken aan concrete, haalbare businesscases, kan de stap worden gezet van losse initiatieven naar schaalbare oplossingen. Daarbij ligt volgens Herold de kracht in het organiseren van samenwerking: het creëren van beweging in de keten en het ondersteunen van ondernemers bij het daadwerkelijk toepassen van circulaire oplossingen in de praktijk.
Herold: “Mijn belangrijkste conclusie van deze week is dat de circulaire transitie niet langer draait om technologie, maar om organisatie. Het gaat om het bouwen van werkende ketens, het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen en het creëren van markten waarin circulaire oplossingen kunnen opschalen.”